Eén-op-één-plaatsingen: Uitzonderlijke (jeugd)zorg vraagt om stevige rechtsbescherming

30 september 2026

Een jeugdige die alleen woont, begeleid wordt door steeds dezelfde professionals en weinig contact heeft met leeftijdgenoten bevindt zich in een uitzonderlijke afhankelijkheidspositie. Juist daarom mag deze vorm van zorg alleen tijdelijk worden ingezet als dit aantoonbaar noodzakelijk is en er geen passend alternatief beschikbaar is. Wordt voor een dergelijke één-op-één-plaatsing gekozen, dan vraagt dat om uitzonderlijk sterke rechtsbescherming en onafhankelijk toezicht. Die waarborgen zijn momenteel onvoldoende zichtbaar. 

Vandaag debatteert de Kamer over jeugdbeleid. In het kader van dit debat is het belangrijk stil te staan bij een onderwerp op de agenda dat steeds vaker voorkomt, maar waarover we nog te weinig weten: de één-op-één-plaatsingen van jeugdigen in de jeugdzorg. 

Een zorgvorm die om extra waarborgen vraagt 
Een één-op-één-plaatsing houdt in dat een jeugdige alleen op een woonplek verblijft en begeleid wordt door één of soms twee medewerkers per dienst. Deze vorm van zorg wordt vaak ingezet wanneer er geen (passende) plek beschikbaar is binnen het reguliere aanbod van 24-uurszorg. Inmiddels gaat het om meer dan 700 plaatsingen.1 We spreken dus niet meer over een incidentele noodoplossing, maar over een structurele ontwikkeling in de jeugdzorg. 

Juist daarom is het zorgelijk dat er weinig bekend is over de effecten, duur, kwaliteit en rechtsbescherming bij deze plaatsingen.2 Deze kennislacune maakt maximale terughoudendheid noodzakelijk. Een één-op-één-plaatsing moet hooguit als tijdelijke uitzonderingsmaatregel worden ingezet en mag geen structurele oplossing worden. Hoewel deze vorm van zorg in uitzonderlijke situaties noodzakelijk kan zijn, maken het gebrek aan kennis, de vergaande afhankelijkheid van professionals en de geïsoleerde positie van de jeugdige deze zorgvorm kwetsbaar.  

 Bij een één-op-één-plaatsing vallen veel natuurlijke beschermingsfactoren weg. Jeugdigen hebben vaak weinig contact met leeftijdgenoten, nemen niet altijd deel aan onderwijs of dagbesteding en beschikken over een beperkt sociaal netwerk. Tegelijkertijd zijn zij voor hun dagelijkse leven sterk afhankelijk van dezelfde professionals. Dat vraagt om extra waakzaamheid, toezicht, rechtsbescherming en ondersteuning.  

Jongeren uit beeld  
Vanuit het vertrouwenswerk ziet Jeugdstem dat deze waarborgen niet vanzelfsprekend zijn. Het overgrote deel van de meer dan 700 jeugdigen die ergens verblijft met een één-op-één-plaatsing is niet bij Jeugdstem bekend. Jeugdstem wordt doorgaans niet geïnformeerd door gemeenten of jeugdhulpaanbieders wanneer een jeugdige op een dergelijke manier ergens geplaatst wordt. Veelal komen onze vertrouwenspersonen deze jeugdigen alleen bij toeval tegen wanneer zij een instantie bezoeken en in de 'wandelgangen' over de plaatsing horen. 

Dat betekent dat voor een grote groep jeugdigen in een uitzonderlijk kwetsbare positie niet kan worden gegarandeerd dat zij daadwerkelijk toegang hebben tot een onafhankelijke vertrouwenspersoon. De toegevoegde waarde van de onafhankelijke vertrouwenspersoon is juist in deze situaties groot. Een jeugdige die vrijwel uitsluitend afhankelijk is van dezelfde begeleiders heeft behoefte aan iemand die geen onderdeel is van de zorgorganisatie, geen beslissingen neemt over de hulpverlening en uitsluitend naast de jeugdige staat. De vertrouwenspersoon biedt die onafhankelijke positie en draagt daarmee bij aan rechtsbescherming, zeggenschap en het tijdig signaleren van problemen of misstanden. 

Een wettelijk recht dat in de praktijk niet bereikbaar is, biedt onvoldoende bescherming. Voor jeugdigen die sterk afhankelijk zijn van de geboden zorg is dat een risico: voor hun rechtsbescherming én voor het zicht op hun ervaringen, zorgen en eventuele misstanden.  

Kwetsbaarheid vraagt om tegenmacht 
Jeugdstem roept de minister daarom op om drie concrete stappen te zetten. 

  1. Beperk één-op-één-plaatsingen tot uitzonderlijke situaties 

Totdat goed onderzocht is of en onder welke voorwaarden één-op-één-plaatsingen verantwoord zijn moeten deze plaatsingen teruggedrongen worden. Gezien de beperkte kennis over de effecten van deze zorgvorm en de ingrijpende afzondering die ermee gepaard kan gaan, zou een dergelijke plaatsing alleen mogen worden ingezet als tijdelijke en uiterste maatregel. Daarom moet vastgelegd worden op basis van welke criteria en op welke manier deze vorm van zorg kan worden ingezet. 

2. Stel landelijke kwaliteits- en rechtsbeschermingsnormen vast

Waar een één-op-één-plaatsing toch noodzakelijk geacht wordt, zijn aanvullende rechtswaarborgen, onafhankelijk toezicht en frequente evaluatie onmisbaar. Daarom moeten landelijke kwaliteits- en rechtsbeschermingsnormen vastgesteld worden waarin onder andere opgenomen wordt hoe vaak de plaatsing onafhankelijk wordt geëvalueerd, hoe onderwijs en sociale contacten worden geborgd én hoe wordt gewerkt aan uitstroom naar passende vervolgzorg.  

3. Garandeer structureel onafhankelijke ondersteuning 

Jeugdigen in een één-op-één-plaatsing moeten gedurende het hele traject actief contact hebben met een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Dat vraagt meer dan alleen een formeel recht op ondersteuning. Eén-op-één-plaatsingen moeten worden gemeld bij Jeugdstem, zodat vertrouwenspersonen weten waar deze jeugdigen verblijven en hen daadwerkelijk kunnen bereiken. Jeugdigen die vanwege hun geïsoleerde positie sterk afhankelijk zijn van hun zorgomgeving, mogen niet afhankelijk zijn van toeval om toegang te krijgen tot onafhankelijke ondersteuning en de mogelijkheid hun stem te laten horen. Sterke rechtsbescherming vraagt niet alleen om toezicht en kwaliteitsnormen, maar ook om toegankelijke, onafhankelijke ondersteuning voor jeugdigen. 

Niet uit beeld, maar beschermd 
Voordat deze praktijk verder groeit, moeten we onszelf een eenvoudige vraag stellen: hoe weten we zeker dat deze jeugdigen veilig zijn, zich kunnen uitspreken en er toezicht is op deze vorm van zorg? De discussie over één-op-één-plaatsingen moet niet alleen gaan over de beschikbaarheid van zorg, maar ook over de noodzaak ervan en over de vraag welke rechtswaarborgen nodig zijn om de positie van jeugdigen te beschermen wanneer voor deze uitzonderlijke vorm van zorg wordt gekozen. 

Zolang we die vraag nog niet overtuigend kunnen beantwoorden, zijn extra toezicht en sterke rechtsbescherming geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde.  

 

Meer nieuws

10 september 2026

Nieuw informatiepakket helpt pleegkinderen iemand te vinden die naar hen luistert

Op 15 en 16 september ontvangen ruim 14.500 pleegkinderen informatie over hun rechten en waar zij steun kunnen vinden, bij een informele vertrouwenspersoon uit hun omgeving of een formele vertrouwenspersoon van Jeugdstem.

Stel je vraag via Whatsapp