Home > Over Jeugdstem > Ervaringsverhalen > De pijnlijke casus van Evory
De pijnlijke casus van Evory
Evory (34) is een alleenstaande moeder met drie kinderen. Vijf jaar geleden raakte het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) betrokken bij een traject voor haar jongste kind. Zij heeft in die periode herhaaldelijk om hulp gevraagd voor haar toen 11-jarige zoon die de diagnose autisme kreeg. Het CJG zag dit echter niet als prioriteit en trok een andere conclusie die Evory veel schade zou berokkenen. Een pijnlijke casus waarin een vertrouwenspersoon van Jeugdstem een oplossende rol kon vervullen.

Wat speelde er?
Tijdens haar zoektocht naar hulp voor haar zoon raakte Evory in een burn-out. Samen met haar psycholoog ging zij in gesprek met het CJG. Tijdens dit gesprek merkte de psycholoog op: “Als je haar verleden hoort, zou je verwachten dat ze borderline heeft ontwikkeld. Echter, dat is zeer zeker niet het geval.’’ De hulpverlener van het CJG heeft Evory op dat moment echter het etiket ‘borderline’ opgeprikt. Vóór elk gesprek dat zij had over de hulpvraag voor haar zoon, werd gekeken naar haar vermeende borderline. Volgens het CJG waren de wispelturigheid en wisselende stemmingen van Evory de oorzaak van de klachten van haar zoon en de problemen met de opvoeding.
Hoe hard Evory ook vocht om helder te krijgen dat de hele diagnose borderline niet bestond en nooit bestaan heeft, en om helder te krijgen dat haar zoon niet kon automatiseren, geen structuur had en dat zij op verschillende vlakken vastliep in zijn opvoeding en dat zij niet het gereedschap had om hem goed op te voeden, het CJG bleef telkens weer terugkomen op háár borderline.
Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming
Hierna is Veilig Thuis bij Evory op huisbezoek geweest om het gesprek met haar aan te gaan. Ook Veilig Thuis suggereerde dat haar gedragingen leken op die van iemand met borderline. Voorgesteld werd de Beschermingstafel in te schakelen om de krachten van Evory te bespreken. Maar ook tijdens de Beschermingstafel werden alleen Evory’s zorgen rond de borderlineproblematiek benoemd.
Daarop startte de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) een onderzoek wegens de diagnose borderline. Dit zou namelijk een gevaar zijn voor de ontwikkeling en opvoeding van de kinderen. In deze periode heeft Evory haar zoon bij zijn vader ondergebracht, zodat hij geen last had van haar burn-out. Haar jongste kind bleef bij haar thuis wonen. Zij heeft daarop de Raad verzocht om het onderzoek te richten op beide ouders, omdat de zoon nu bij zijn vader woonde. Ook tijdens dit onderzoek merkte Evory op dat bij alle vraagstellingen en opmerkingen haar borderlinediagnose centraal stond.
Ondertussen stelde Evory vast dat haar zoon bij zijn vader alleen maar opgesloten zat in zijn kamer en geen ruimte had om zijn emoties te tonen. Deze lockdown verergerde zijn problematiek. Zij verkeerde in de veronderstelling dat de Raad zou adviseren dat er bij de vader thuis iets moest veranderen in de opvoeding. Zij gaf aan dat de opvoeding van haar jongste kind vlekkeloos verliep. De Raad concludeerde echter dat het onderzoek bij de vader was afgerond en dat zij een ondertoezichtstelling adviseerde voor haar jongste kind. Evory heeft daarop direct contact gezocht met de Raad en aangegeven dat zij een puber heeft die het hartstikke goed doet, zowel thuis als op school, en een autistische zoon die geen begeleiding krijgt en aan zijn lot werd overgelaten.
De inzet van Jeugdstem
Evory klopte bij Jeugdstem aan om haar dossiers te laten rechttrekken. Want in haar eentje kreeg ze het in die vijf jaar niet voor elkaar. Zij wilde aan de kaak stellen dat het CJG, Veilig Thuis én de Raad voor de Kinderbescherming zonder nadere toetsing de diagnose borderline klakkeloos hadden overgenomen. Jeugdstem heeft Evory vervolgens geadviseerd welke mogelijkheden het klachtentraject zouden bieden.
Wat heeft Evory met hulp van Jeugdstem ondernomen?
Klachtbrief en gesprek met het CJG
De vertrouwenspersoon heeft Evory geholpen bij het schrijven van haar klachtbrief en tijdens het daaropvolgende gesprek met het CJG. Dit gesprek stond gepland met de voorzitter van de gemeente, de procesoperator van het CJG, en de toenmalige medewerker die de diagnose borderline op papier had gezet. Deze medewerker bleek plotseling afwezig, wat haar zeer verbaasde. Evory schreef ook zelf een brief over wat deze kwestie met haar als moeder heeft gedaan. De vertrouwenspersoon heeft deze brief voorgelezen tijdens het gesprek. Ze zagen dat de aanwezigen zeer waren aangedaan door het verhaal. Ze hebben toen aangegeven dat de diagnose borderline direct uit de stukken verwijderd moest worden en dat verandering bij het CJG noodzakelijk is. Dit gaf Evory echter nog geen volledige voldoening aangezien de betrokken medewerker die de diagnose in het dossier opnam, niet aanwezig was. Hierna volgde een gesprek waarbij de medewerker wél aanwezig was. Deze keer heeft Evory zélf haar brief voorgelezen. De medewerker gaf toen te kennen dat hij de brief wilde laten bezinken en hier later op terug wilde komen. Een week later bleek dat deze medewerker het CJG had verlaten. Naar aanleiding van de klacht heeft het personeel van het CJG een nieuwe opleiding aan te bieden. Ook wordt de dossiervorming in het CJG op een andere manier vormgegeven.
Klachtbrief en gesprek met Veilig Thuis
De Jeugdstem vertrouwenspersoon heeft Evory vervolgens ondersteund bij het schrijven van haar klachtbrief aan Veilig Thuis en tijdens het gesprek met VT. Ook tijdens dit gesprek heeft zij haar brief voorgelezen. Dit gesprek is volgens Evory heel positief verlopen. Dezelfde dag is er bij VT een e-mail verzonden aan het personeel met de boodschap wat er verkeerd is gegaan in de casus en wat dit met Evory heeft gedaan. Er is daarop door VT aangegeven dat dit nooit had mogen gebeuren. Ook is Evory gevraagd om tijdens de spiegeltrainingen bij VT te spreken over haar ervaring. Helaas is dit door corona nog niet opgepakt.
Bemiddelingsgesprek met de Raad
Inmiddels heeft er ook een bemiddelingsgesprek met de Raad plaatsgevonden. Daarbij is aangegeven dat er een verslag van het gesprek zou volgen, waarin ‘het verwijtbare aangedane leed’ expliciet wordt benoemd. Echter, de kern van het klachtgesprek is eruit gehaald omdat Evory gevraagd heeft om een financiële tegemoetkoming voor het aangedane leed. De verslaglegging is daarop door de Raad aangepast zonder overleg met Evory en de vertrouwenspersoon van Jeugdstem. Zij zijn hier niet mee akkoord gegaan en is er een klacht ingediend bij de klachtencommissie over de verslaglegging van het gesprek.
Ten slotte
Evory geeft aan dat wat zij als gezin hierdoor hebben meegemaakt, niet meer is terug te draaien. Maar dat zij samen met Jeugdstem als doel heeft gehad om hier een kracht van te maken. Zodat de uitkomst van haar klachten anderen kan behoeden voor het leed dat haar en haar gezin is aangedaan. Evory heeft de Jeugdstem vertrouwenspersoon als zeer ondersteunend ervaren. Al het voorwerk, zoals het schrijven van de brieven en het onderhouden van de contacten met de betrokken organisaties, heeft de Jeugdstem vertrouwenspersoon op zich genomen. Evory hoefde enkel aanwezig te zijn bij de klachtgesprekken/zittingen en kon haar aanvulling in de gesprekken geven. Zij heeft dit als zeer prettig ervaren. De vertrouwenspersoon stond achter elke stap die zij samen hebben gezet en voelde Evory feilloos aan in de gesprekken. Daar waar Evory tijdens het gesprek moeite had om zaken te verwoorden, nam de vertrouwenspersoon het feilloos over. De vertrouwenspersoon is er onvoorwaardelijk voor haar geweest. Dat heeft Evory ook een stuk zelfverzekerder gemaakt. En het heeft ervoor gezorgd dat zij het vertrouwen dat zij verloor in alle hulpverlenende organisaties weer dubbel en dwars heeft teruggevonden dankzij de ondersteuning van Jeugdstem.
Evory was erg blij met het doorzettingsvermogen, het geduld en de kennis van zaken van de vertrouwenspersoon. Deze stelde zich betrokken op door altijd te vragen hoe het met haar ging. En daar waar zij kennis te kort kwam, ging zij te rade bij collega’s.
Wat zou Evory ouders willen meegeven die in een soortgelijke situatie terecht zijn gekomen?
Het allerbelangrijkste voor Evory is ‘geloof in jezelf’. Daar haalde zij tenslotte de kracht uit. In haar eigen woorden:
“Wanneer ouders merken dat zij niet gehoord worden en niet de erkenning krijgen als ouder zijnde? Schreeuw het van de daken en bel alsjeblieft Jeugdstem. En zorg dat je de begeleiding krijgt die je verdient. Als een hulpverlener jou in een hoek drukt waar je niet hoort, dan verlies je als ouder alle erkenning, zelfvertrouwen en zelfrespect. Je raakt dan kwijt wie je bent. En dit resulteert erin dat je niet meer als ouder functioneert zoals je voorheen functioneerde. Je gaat je dan als ouder afvragen ‘Wie ben ik dan nog eigenlijk?’ ‘Ben ik wat de hulpverlener zegt of wie ik weet te kunnen zijn?’ Het enige wat werkt als ouder om je kind op te voeden is het geloof in jezelf, het zelfvertrouwen, het weten dat je het goed doet en dat je het doet vanuit de liefde voor je kind. Ook al moet je wel eens liefdevol ‘nee’ zeggen tegen je kind. Het belangrijkste is dat elk kind, waar het wiegje ook staat, de liefde van de ouder meekrijgt. En op het moment dat de ouder zo onzeker wordt gemaakt door de hulpverlener, dan kan de ouder die liefde niet meer geven, want die ouder staat alleen maar achterom te kijken. ‘Welke hulpverlener moet ik nu weer vinden of wat krijg ik nu weer op mijn bord?’. Ik heb gemerkt dat de ondersteuning van de vertrouwenspersoon van Jeugdstem zo veel heeft bijgedragen om mij weer sterk te voelen.”
Veelgestelde vragen
Ben je niet tevreden over het handelen van een jeugdprofessional (bijvoorbeeld de gezinsvoogd, casemanager, mentor, psycholoog of pedagoog)? Dan kun je een tuchtklacht tegen hem of haar indienen. Dat kan bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) in Bilthoven. Een vertrouwenspersoon tuchtzaken kan je hierbij helpen en gratis ondersteunen. Lees er meer over.
Als ouder ben je afhankelijk van de instelling die je helpt bij de opvoeding. Het wordt hierdoor soms lastiger om zaken te bespreken waarover je niet tevreden bent. De mening van de hulpverleners van de instelling is belangrijk. Wanneer je kritiek hebt of een andere mening, kan het moeilijk voor zijn om dat aan de hulpverleners te laten weten, terwijl het juist zo belangrijk is.
De vertrouwenspersoon is er om je te helpen. Als er dingen niet goed lopen in de hulpverlening, kun je de vertrouwenspersoon van Jeugdstem inschakelen. Als je wilt dat er dingen veranderen, dan kan de vertrouwenspersoon je adviseren over de stappen die je daarvoor kunt zetten en je daarbij ook helpen, zoals bij het schrijven van brieven of e-mails of de ondersteuning bij klachtgesprekken. Ook geeft de vertrouwenspersoon uitleg over je rechten en plichten.
De gemeente is verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Wanneer je hulp nodig hebt, ga je allereerst naar gemeente waar je woont. Je krijgt dan advies en samen met de deskundigen bekijk je samen met je kind welke hulp het beste is. De meeste gemeenten hebben jeugd-/wijkteams of een Centrum voor Jeugd en Gezin die je kunnen helpen. Je kunt zelf direct contact met ze opnemen. Maar het kan ook via de huisarts/ jeugdarts, zij kunnen rechtstreeks verwijzen naar een jeugdhulpaanbieder.
De gemeente besluit welke hulp er wel of niet wordt ingezet, dat staat in het verleningsbesluit. Als je geen hulp krijgt of niet de hulp die het kind nodig heeft, kun je bezwaar maken tegen dit besluit. De vertrouwenspersonen van Jeugdstem kunnen je daarbij helpen. Bijvoorbeeld door samen een brief of e-mail te schrijven. Maar ook door je te helpen als je in gesprek gaat met professionals van de gemeente over de onvrede of klachten.
Iedere mening is belangrijk. Dus die mag je laten horen. Je kunt je eigen mening zelf aangeven bij de jeugdhulpverlener, maar een vertrouwenspersoon kan je hierbij ook bij helpen. Allereerst moet goed duidelijk zijn waarom je het niet met de jeugdhulpverlener eens bent. De vertrouwenspersoon is er om samen te bekijken of er redenen zijn voor een gesprek. Zo ja, dan kun je samen met de vertrouwenspersoon een gesprek aanvragen met de jeugdhulpverlener.
Samen met de vertrouwenspersoon bereid je het gesprek voor en zorg je dat jouw mening in een brief of e-mail naar de jeugdhulpverlener gaat. Meestal is een gesprek voldoende om tot een oplossing te komen. De vertrouwenspersoon kan bij het gesprek zijn en erop letten dat alles goed besproken wordt.
Ondertoezichtstelling (ots) is een gezagsbeperkende maatregel. Als in jouw gezin zulke ernstige opvoedingsproblemen voorkomen dat de ontwikkeling van je kind of kinderen belemmerd wordt, kan de rechter het kind onder toezicht stellen. Zo’n ingrijpende maatregel wordt niet zomaar genomen. Dat gebeurt uitsluitend als de rechter vindt dat het voor uw kind noodzakelijk is dat jouw gezin verplichte hulp krijgt.
De kinderrechter wil ook jouw mening en de mening van het kind horen voordat hij een beslissing neemt. Als een kind 12 jaar of ouder is, moet de kinderrechter zijn of haar mening vragen. Wanneer je hiermee te maken krijgt, dan is het verstandig om hulp te vragen van een advocaat bij de zitting. Ook kun je hierover contact opnemen met de vertrouwenspersoon. Deel jouw verhaal en we bekijken samen welke stappen je kunt zetten.
Een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming moet duidelijk maken wat de situatie van het kind en jouw gezin is. Wat is het beste voor het kind? Een raadsonderzoeker gaat met jou en je kind praten en met de betrokken hulpverleners. Het gaat o.a. over de ontwikkeling van het kind, de situatie thuis en de hulp die je al hebt (gehad). De raadsonderzoeker kan bijvoorbeeld gaan praten met de huisarts, een leerkracht en anderen. Vind je het belangrijk dat de raadsonderzoeker met een bepaald persoon gaat praten? Dan kun je hem of haar als informant voordragen aan de raadsonderzoeker. Lees hier meer over het raadsonderzoek.
Samen met een gedragsdeskundige beschrijft de raadsonderzoeker de situatie in een rapport. Daar staat ook het advies in. Dit bespreekt hij of zij met je en jij mag ook je mening geven. Wat feitelijk niet klopt moet veranderd worden. Gaat het om een verschil in mening of visie, dan mag je jouw mening aan het rapport toevoegen. Als dat gebeurd is wordt het rapport definitief. Meestal stuurt de Raad daarna het rapport aan jou en soms ook aan het kind. Afhankelijk van de situatie gaat het rapport naar de rechter, de officier van justitie of het ministerie van Veiligheid en Justitie. De rechter beslist uiteindelijk of het advies van de Raad wordt opgevolgd of niet.
Als de ontwikkeling van het kind door problemen in een gezin in gevaar komt, kan een kind onder toezicht worden gesteld (OTS). Als de kinderrechter een kind onder toezicht stelt, zorgt de jeugdbescherming voor een gezinsvoogd/jeugdbeschermer. De ouder en het kind moeten deze hulp accepteren. De gezinsvoogd begeleidt het kind en helpt de ouder bij het oplossen van de problemen.
De ouder houdt wel het gezag over het kind. De ouder blijft dus zelf verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind. Ook blijft toestemming nodig om grote beslissingen te nemen over het kind (bijvoorbeeld schoolkeuze en inschrijven in een woonplaats). De gezinsvoogd kan daarbij helpen. Het doel van de OTS is dat de ouder na een tijd weer zelf voor het kind kan zorgen.
Binnen 6 weken na de start van de OTS moet de gezinsvoogd/jeugdbeschermer een Plan van Aanpak opstellen. Bij de opstelling daarvan dient de ouder betrokken te worden. In dit Plan van Aanpak worden de doelen gesteld waaraan gewerkt dient te worden en het Plan vormt daarmee de basis voor de hulp die tijdens de OTS wordt geboden.
Als je je niet aan het hulpverleningsplan houdt, dan kan de gezinsvoogd je een ‘schriftelijke aanwijzing’ geven. Dit is een opdracht die je moet uitvoeren, bijvoorbeeld jouw kind naar een speciale school sturen. De kinderrechter kan je verplichten om je te houden aan de schriftelijke aanwijzing. Daarnaast kan de kinderrechter je vragen om de schriftelijke aanwijzing vervallen te verklaren.
Een kind kan alleen uit huis geplaatst worden als de kinderrechter daar een machtiging voor heeft gegeven. Een uithuisplaatsing (UHP) betekent niet dat je geen contact meer mag hebben. Kinderen hebben recht op contact met hun ouder(s) en andersom. Wanneer je een uithuisplaatsing wil voorkomen is het belangrijk dat je de hulp van de jeugdbescherming accepteert. Vraag bijvoorbeeld waarom er met een UHP gedreigd wordt en wat er van jou verwacht wordt om dit te voorkomen. Geef ook aan wat je nodig hebt om aan deze verwachtingen te kunnen voldoen. Voordat er een besluit wordt genomen kun je ook een advocaat vragen om hulp. Hij of zij kan helpen bij het adviseren.
Heeft de kinderrechter al een besluit genomen tot uithuisplaatsing, dan kun je daartegen in hoger beroep gaan. Hiervoor heb je een advocaat nodig. Een uithuisplaatsing wil niet zeggen dat het kind naar een instelling voor gesloten jeugdhulp moet. Daarvoor moet de kinderrechter een andere machtiging afgeven. Afhankelijk van de situatie kan het kind na een uithuisplaatsing bij (netwerk)pleegouders of in een open instelling geplaatst worden.
Als de kinderrechter geen omgangsverbod heeft opgelegd, heb je het recht om je kind te zien. Jouw kind heeft ook het recht om jou te zien. Ouders kunnen samen, of met hulp van een gezinsvoogd/jeugdbeschermer, een omgangsregeling afspreken. Is de omgangsregeling vastgelegd in een beschikking van de rechter? Dan moet iedereen zich hieraan houden en kan dit niet zomaar door een jeugdhulpverlener of een ouder gewijzigd worden.
Wil je jouw kind vaker zien dan in de omgangsregeling van de rechter staat? Dan kun je dit verzoeken bij de rechter. De vertrouwenspersoon kan je helpen om uit te zoeken wat er aan de hand is als je jouw kind niet of niet vaak genoeg mag zien.
Wil je een jeugdhulpdossier inzien, een kopie ontvangen, een wijziging indienen of laten vernietigen? Dan moet je dit per brief of e-mail aanvragen. Dit geldt ook voor een dossier van de jeugdbescherming of jeugdreclassering. Dien je verzoek in bij de jeugdhulpverlener of medewerker van de gecertificeerde instelling die het dossier bewaart. Subjectieve informatie, zoals de mening van een hulpverlener, kun je niet laten aanpassen in het dossier. Wel kun je je eigen standpunt laten toevoegen aan het dossier.
Gegevens in dossier jeugdhulp laten vernietigen
Je kunt ook schriftelijk vragen om gegevens uit het dossier te vernietigen. De jeugdhulpverlener of de medewerker van de gecertificeerde instelling beslist wanneer dit kan. Het kan bijvoorbeeld niet als de gegevens in het belang van iemand anders bewaard moeten blijven.
Er zijn verschillende groepen mensen die informatie over de hulp die jouw kind krijgt mogen inzien. Sommigen hebben daarvoor toestemming nodig.
Wie mag onder welke voorwaarden het dossier jeugdhulp inzien?
De volgende personen mogen het dossier jeugdhulp inzien. Behalve als de jeugdhulpverlener vindt dat inzage de hulpverlening of de belangen van de ouder of het kind schaadt.
- Je kind van 12 jaar of ouder als het zijn eigen belangen goed kan inschatten.
- Jij als ouder met gezag of voogd als uw kind nog geen 16 jaar is. Is uw kind 16 jaar of ouder? Dan heb je voor inzage toestemming van het kind nodig.
- Jij als ouder met gezag of voogd als uw kind 16 of 17 jaar is en je toestemming geeft. Of als jouw kind zijn eigen belangen niet goed kan behartigen.
- De curator of mentor van uw meerderjarige kind.
- Hulpverleners rechtstreeks bij de hulpverlening aan uw kind betrokken zijn
Anderen hebben alleen inzage met toestemming van:
- de ouders met gezag of de voogd als het kind nog geen 12 jaar is;
- de ouders en het kind tussen de 12 en 16 jaar en zijn eigen belangen goed kan inschatten;
- de ouders met gezag of de voogd als het kind 12-15 jaar oud is en niet in staat is om zijn eigen belangen goed in te schatten.
- Het kind vanaf 16 jaar en niet wilsonbekwaam is
Deze personen mogen ook om een kopie of wijziging van het dossier jeugdhulp vragen.
Het kan zijn dat je niet goed kunt opschieten met een jeugdbeschermer of andere professional. Bespreek dit eerst met de betreffende hulpverlener zelf. Kom je er met hem of haar niet uit, dan kun je een klachtgesprek aanvragen met de leidinggevende van de betreffende medewerker. Dit gesprek kun je aanvragen door het formuleren van een klachtbrief gericht aan de leidinggevende. In deze brief geef je aan waar je ontevreden over bent en wat je graag zou willen bereiken met het gesprek. Tijdens dit gesprek kun je verder uitleggen wat je niet prettig vindt en hoe je het liever zou willen. Vraag ook altijd om een gespreksverslag waarin gemaakte afspraken worden genoteerd.
Als je in deze fase geen vertrouwen meer hebt in de hulpverlener, kun je bij de leidinggevende het verzoek indienen om een andere hulpverlener te krijgen. Geef altijd een onderbouwing voor dit verzoek. Een verzoek indienen betekent niet dat je automatisch een andere hulpverlener krijgt, maar wel dat er serieus naar de aanvraag gekeken moet worden. De vertrouwenspersoon van Jeugdstem kan je advies geven over en/of ondersteunen bij het verwoorden en bespreekbaar maken van je klachten. De vertrouwenspersoon kan met je meegaan naar klachtgesprekken en let erop dat ze goed naar je luisteren en antwoord geven op eventuele vragen.
Heeft ook het gesprek met de leidinggevende niets opgelost en blijft je onvrede bestaan? Dan kun je met de klachten terecht bij de onafhankelijke klachtencommissie. De contactgegevens van de klachtencommissie kun je vinden op de website van de instelling en anders opvragen bij de instelling zelf. Ook bij de route naar de klachtencommissie kan de vertrouwenspersoon je informatie en advies geven en, indien nodig, ondersteuning bieden.
Een tuchtklacht
Ben je niet tevreden over het individueel handelen van een jeugdprofessional (bijvoorbeeld de gezinsvoogd, casemanager, mentor, psycholoog of pedagoog)? Dan kun je een tuchtklacht tegen hem of haar indienen. Dat kan bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) in Bilthoven. Een vertrouwenspersoon tuchtzaken kan je helpen en kosteloos ondersteunen hierbij.
Meer over tuchtzaken
Je kunt als ouder bezwaar maken bij de gemeente als de gemeente uw aanvraag voor jeugdzorg afwijst. Het besluit waartegen je dan bezwaar of beroep tegen indient, heet het verleningsbesluit.
Eerst overleggen met de gemeente
Als je bij de gemeente jeugdhulp aanvraagt, doet de gemeente je een passend aanbod. Ben je het niet eens met het aanbod, praat dan eerst met de gemeente zelf. In een gesprek met jou of het gezin kijkt de gemeente of er een oplossing is. Mogelijk krijg je een ander aanbod. Kom je er na een gesprek niet uit, dan kunt u bezwaar maken bij de gemeente. De vertrouwenspersonen van Jeugdstem kunnen je informeren en adviseren over de mogelijkheden van bezwaar en/of beroep, en daar zo nodig bij ondersteunen. Laat van je horen en neem contact met ons op.
Bezwaar maken
Als je bij de gemeente een bezwaar wil indienen, kost dat niets. Lees verder op de website van de Rijksoverheid hoe je een bezwaar indient bij de gemeente. Als de gemeente je bezwaren afwijst, dan kun je in beroep gaan bij de rechtbank.