Tussen systeem en zelfstandigheid: hoe Nathan tussen wal en schip raakte in de jeugdzorg

 

De meeste jongeren groeien gelukkig op binnen een stabiel gezin en met een ondersteunend netwerk. Andere jongeren zijn vanaf hun vroege jeugd aangewezen op het jeugdzorgsysteem. Voor hen is jeugdzorg geen tijdelijke interventie, maar de dragende structuur van hun leven. Deze casus betreft Nathan, een jeugdige die tot de laatste groep behoort (zijn echte naam is bekend bij Jeugdstem).

Nathan verbleef sinds zijn elfde levensmaand in een pleeggezin. Deze plaatsing bood jarenlang stabiliteit, totdat de relatie op veertienjarige leeftijd abrupt werd beëindigd. Vanaf dat moment resteerde een zeer beperkt netwerk, bestaande uit één broer. Sindsdien vond zijn leven grotendeels plaats binnen residentiële voorzieningen. Vanaf november 2021 verbleef Nathan in een open residentiële instelling. Binnen deze instelling werd hij drie keer intern verplaatst. Elke verplaatsing bracht nieuwe aanpassingen met zich mee en vergde opnieuw het opbouwen van vertrouwen en basisveiligheid.

Gedurende deze periode is Jeugdstem herhaaldelijk betrokken geweest bij het ondersteunen van Nathan bij vragen, signalen en klachten. Ondanks deze betrokkenheid bleef sprake van een structureel gebrek aan basisveiligheid en ervoer hij een gemis aan regie over zijn eigen leven en toekomst.

De gedragingen van Nathan werden regelmatig geduid als weerstand, terwijl zij voortkwamen uit onmacht en onzekerheid. Hij gaf herhaaldelijk aan zich buitengesloten te voelen van besluitvorming over zijn perspectief, met name in aanloop naar zijn achttiende verjaardag. Zijn vragen over zijn toekomstperspectief en vervolgzorg bleven gedurende maanden onbeantwoord. Hij volgde geen onderwijs, ontving geen behandeling en zag zijn perspectief op zelfstandigheid verder afnemen. Signalen van ernstige somberheidsklachten werden door Nathan met ondersteuning van Jeugdstem, expliciet bij de zorgaanbieder onder de aandacht gebracht, waarbij is verzocht om passende hulpverlening. Deze signalen leidden helaas niet tot tijdige inzet van passende zorg.

In april 2025 bereikte de situatie een kritiek punt. Nathan kreeg te horen dat hij diende in te stemmen met een Wlz-aanvraag met verblijf bij een vervolgvoorziening. Hierbij was geen sprake van inspraak of een toets op passendheid. De boodschap aan Nathan luidde dat weigering zou leiden tot dakloosheid vanaf september 2025. Vanuit de opgelegde druk stemde hij in met zijn overplaatsing. Nadien bleek bij Jeugdstem dat de zorgaanbieder Nathan niet tijdig had aangemeld, waardoor hij niet op een wachtlijst was geplaatst en hij geen perspectief had. In dezelfde periode werd hij door de zorgaanbieder opnieuw intern verplaatst naar een locatie waar hij zich onveilig voelde vanwege dreiging van medebewoners.

De vertrouwenspersoon van Jeugdstem bleef nauw betrokkenen naast de jeugdige staan.  

Vanwege de precaire situatie en het ontbreken van de zogenoemde Big Five (wonen, inkomen, onderwijs/werk, zorg en netwerk), heeft de vertrouwenspersoon de Kinderombudsman benaderd met het verzoek om mee te denken over de casus. De Kinderombudsman heeft daarop het Regionaal Expertteam (RET) ingeschakeld. Het RET onderschreef de zorgen van de vertrouwenspersoon en constateerde dat de zorgaanbieder in gebreke was gebleven met de zorgplicht, veiligheid en continuïteit van zorg.

Eind juli 2025 deed zich een incident voor op de groep waar Nathan verbleef. Naar aanleiding hiervan werd hem een locatieverbod opgelegd en werden zijn zak- en leefgeld ingehouden. Hierdoor raakte Martijn plotsklaps zonder geld dakloos, omdat hij  niet over een sociaal netwerk of alternatieve opvang beschikte. De vertrouwenspersoon heeft hierover samen met het RET contact gezocht met de zorgaanbieder. Na twee dagen mocht de jeugdige terugkeren, waarna hem werd meegedeeld dat zijn plaatsing en zorg vijf dagen later zouden worden beëindigd, op de dag van zijn negentiende verjaardag. De zorgaanbieder had geen vervolgtraject geregeld.

Het RET heeft de instelling hierop gesommeerd en nadrukkelijk gewezen op de zorgplicht en het belang van het realiseren van een passende vervolgplek. Desondanks volgde voor Martijn een verhuizing zonder warme overdracht of oriëntatie. Hij kreeg geen gelegenheid om de voorgestelde locaties vooraf te bezichtigen. Vanwege eerdere geweldservaringen zei Nathan zich onveilig te voelen op de toegewezen vervolgplek, maar de zorgaanbieder bleef bij het besluit.

Op de dag van vertrek kreeg Martijn twee uur om zijn bezittingen in te pakken. De zorgaanbieder stelde hiervoor vuilniszakken ter beschikking met de mededeling dat zij, de politie zouden ingeschakeld als hij niet zou vertrekken. Zijn verzoek om zelfstandig zijn spullen in te mogen pakken en verplaatsen werd niet gerespecteerd, want zijn kamer werd door de zorgaanbieder leeggehaald leeg gehaald. In een context van tijdsdruk, dreiging en het overschrijden van zijn grenzen reageerde Martijn emotioneel en heeft de medewerker fysiek aangevallen. Daarop werd een nekklem op hem toegepast. Het Heonrechtmatige en disproportionele fysieke ingrijpen van deze zorgaanbieder past niet binnen de kaders van open jeugdzorg en versterkt het gevoel van machteloosheid en onveiligheid. Jeugdstem en RET hebben uiteenlopende signalen afgegeven bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

Bij aankomst op de nieuwe locatie werd Nathan geconfronteerd met de personen die eerder een veiligheidsrisico voor hem vormden. Kort daarna werd hij buiten het terrein mishandeld door twee onbekenden. Hij vluchtte uiteindelijk naar zijn broer die in een gezinshuis verbleef. In de daaropvolgende maanden raakte Martijn dakloos.

De zorgaanbieder heeft aangifte gedaan tegen Nathan omdat hij de medewerker heeft gebeten toen hij uit de nekklem probeerde te komen. Het Openbaar Ministerie heeft besloten de zaak in behandeling te nemen. Deze stap van de zorgaanbieder heeft verstrekkende gevolgen, zeker voor een jeugdige in een uiterst kwetsbare positie zonder een actief steunsysteem met werk, inkomen en familie. In plaats van herstel en ondersteuning, start zijn volwassen leven mogelijk met een strafrechtelijke registratie. De reclassering heeft inmiddels het perspectief van de jeugdige meegewogen en toont begrip voor de omstandigheden waaronder het incident heeft plaatsgevonden. Zij zal geen straf adviseren. Ten tijde van dit verslag wordt de zitting afgewacht.

Uiteindelijk kan de jeugdige terecht bij iemand uit zijn netwerk in een ondersteunende omgeving, waar hij mag verblijven totdat passende hulpverlening wordt opgestart, met zo nodig betrokkenheid van Jeugdstem en het RET.

Deze casus staat helaas niet op zichzelf. Zij weerspiegelt structurele knelpunten binnen het jeugdzorgstelsel, met name voor jongeren die langdurig afhankelijk zijn van zorg en onvoldoende perspectief krijgen. Het onderstreept het belang van tijdige regie, zorgvuldigheid en onafhankelijke ondersteuning. Juist in situaties waarin systemen tekort kunnen schieten, is het noodzakelijk dat iemand blijft staan voor de jeugdige.

 

Stel je vraag via Whatsapp